Meldcontact aansluiten
Inleiding
De Envi.Baseenvi.base De energiecontroller van Envitron die apparaten uitleest, aanstuurt en data opslaat achter de hoofdaansluiting. kan via een meldcontact (bijvoorbeeld van een generator, ATS of brandmeldcentrale) detecteren in welke bedrijfstoestand de installatie zich bevindt. Dit is nodig wanneer de Envi.Baseenvi.base De energiecontroller van Envitron die apparaten uitleest, aanstuurt en data opslaat achter de hoofdaansluiting. de aangesloten productie-installaties (bijvoorbeeld zonnepanelen of batterijen) direct moet uitschakelen, zoals bij brand of wanneer de installatie overschakelt naar noodstroombedrijf.
Deze signalering kan worden aangesloten op een pulse-contact van de Envi.Baseenvi.base De energiecontroller van Envitron die apparaten uitleest, aanstuurt en data opslaat achter de hoofdaansluiting.. Hiermee kan de controller veilig schakelen naar veilige modus zodra het contact wordt geopend.
Pulse-apparaten en meldcontacten kunnen tegelijk worden gebruikt. De functie van elk meldcontact kan individueel worden ingesteld in de Envi.Baseenvi.base De energiecontroller van Envitron die apparaten uitleest, aanstuurt en data opslaat achter de hoofdaansluiting..
Aansluiten van meldcontacten
Een meldcontact voor bedrijfstoestand-detectie wordt aangesloten op het pulse-contact (S0) van de Envi.Baseenvi.base De energiecontroller van Envitron die apparaten uitleest, aanstuurt en data opslaat achter de hoofdaansluiting.. Dit contact moet in de normale bedrijfssituatie gesloten (NC) zijn, zodat ook bij kabelbreuk een fout wordt gedetecteerd.
Wanneer de installatie overschakelt naar noodstroom, of wanneer er brand wordt geconstateerd, opent het contact en schakelt de Envi.Baseenvi.base De energiecontroller van Envitron die apparaten uitleest, aanstuurt en data opslaat achter de hoofdaansluiting. automatisch alle aangesloten apparaten uit.
Voor directe aansluiting wordt optioneel een 2 meter lange RJ12-kabel meegeleverd, voorzien van adereindhulzen aan één zijde. Je kunt er ook voor kiezen deze kabel zelf te maken. Zie hiervoor de pagina Data-aansluitingen
Wanneer de Envi.Baseenvi.base De energiecontroller van Envitron die apparaten uitleest, aanstuurt en data opslaat achter de hoofdaansluiting. als complete installatiekast wordt besteld, zijn de communicatiepoorten al extern doorgelust op rijgklemmen. Er hoeven dan geen speciale kabels meer gemaakt te worden. Bekijk ook Installatiekasten voor meer informatie.
Pinconfiguratie pulsepoorten
| Pulsepoort 1 (10) | |
|---|---|
| Pin 1 (–) en 2 (+) | Signaalgever 1 |
| Pin 3 (–) en 4 (+) | Signaalgever 2 |
| Pin 5 (–) en 6 (+) | Signaalgever 3 |
| Pulsepoort 2 (11) | |
|---|---|
| Pin 1 (–) en 2 (+) | Signaalgever 4 |
| Pin 3 (–) en 4 (+) | Signaalgever 5 |
| Pin 5 (–) en 6 (+) | Signaalgever 6 |

Alle min (–) pinnen zijn intern met elkaar verbonden.
Configuratie
Wanneer de signaleringscontacten correct zijn aangesloten, kunnen ze in de Envi.Baseenvi.base De energiecontroller van Envitron die apparaten uitleest, aanstuurt en data opslaat achter de hoofdaansluiting. worden geconfigureerd. Dit wordt uitgevoerd door een supportmedewerker van Envitron.
Na het configureren is het belangrijk om de signalering altijd te testen, zodat zeker is dat de installatie in noodsituaties correct wordt uitgeschakeld.